Anna en Aleksej

Vorig jaar gaf ik bij Mayflower Bookshop in Leiden een lezing over de Russisch/Oekraïense schrijver Nikolaj Gogol en in het bijzonder over zijn hilarische toneelstuk ‘De revisor’. Dit jaar, op 25 augustus, vertel ik over ‘Anna Karenina’ van Lev Tolstoj. Na ‘Oorlog en vrede’ was dit zijn tweede grote roman. Het is een onbetwist meesterwerk in de wereldliteratuur.  


De roman gaat over een onstuimige liefdesaffaire in een religieuze en maatschappelijke omgeving die daar grote moeite mee had. Interessant is de communicatie tussen alle betrokkenen en de wijze waarop wordt omgegaan met de relatie van de getrouwde Anna en de jonge rijke flierefluiter Aleksej Vronski. In de lezing is er ook aandacht voor de persoon van Tolstoj (1828-1910) en voor de verfilmingen van het boek.


De serie Great Loves van Mayflower Bookshop, waar deze lezing onderdeel van is, heeft tot doel aandacht te besteden aan literaire werken waar iedereen weleens van heeft gehoord. Het idee is dat iemand die een boek alleen maar van horen zeggen kent, een indruk krijgt van de inhoud en de kwaliteit ervan en aangemoedigd wordt om het ook eens ter hand te nemen. En dat iemand die het boek ooit wél heeft gelezen, mogelijk gestimuleerd wordt om het te herlezen.


Wanneer en waar? Op zondag 25 augustus 2024 om 16.00 uur bij Mayflower Bookshop, Breestraat 70, Leiden. De lezing en de voordracht van enkele passages uit de roman zijn in het Nederlands. Toegang is kosteloos.

Anna en Aleksej Meer lezen »

Vlam van heimwee

Als aandenken gekregen in Buon Ma Thuot, Vietnam. In een nauw potje met zand. Bloeit bijna nooit, maar dan opeens. Soms. Treffender dan de Vlaamse dichter Jan van Nijlen (1884-1965) kan niemand het onder woorden brengen.


De cactus

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwige zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichte morgen, als een vlam
van ’t heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.


Bericht aan de reizigers

Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius van Nijlen (wie heet er nou Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius?) werd vooral bekend door zijn gedicht “Bericht aan de reizigers” uit 1934: “Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen, dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen…”

Vlam van heimwee Meer lezen »

Kasteeltje

Het huis Ons Eiland aan de Jan van Goyenkade in Leiden heeft zijn geheimen prijsgegeven. Dankzij de autobiografie ‘Een avontuurlijk leven rond 1900’ weten wij hoe bijzonder het leven was van Dr. Margarethe von Uexküll Güldenband (1873-1970), een wetenschappelijk onderlegde en sociaal geëngageerde barones. Zij was de bewoonster van dit huis, dat onder Leidenaren bekend staat als het Kasteeltje.


Margarethe werd geboren in Kaunas in Litouwen en woonde ook in Riga, in Letland. Beide landen maakten deel uit van tsaristisch Rusland. Ze ging naar school in Zwitserland en studeerde er biologie.


Tijdens een studiebezoek aan Nederlands Indië ontmoette ze haar man, Anton Nieuwenhuis. Die voerde expedities uit op Borneo. In 1904 werd hij benoemd tot hoogleraar in de land- en volkenkunde in Leiden. Dit bracht hen naar deze stad, waar zij -op een eilandje- Ons Eiland lieten bouwen, naar Margarethe’s ontwerp.


Bacchanaal
Het boek bevat bovenal persoonlijke herinneringen waarvan sommige grappig zijn. Zo was zij in haar jeugd in Kaunas getuige van een ongepland bacchanaal toen eenden zich te goed deden aan met alcohol volgezogen kersen voor de vruchtenlikeur. “Krijsend en kwakend begonnen ze in het vieze water rond te wentelen”, schrijft ze. “Sommige vielen elkaar bijtend aan, andere begonnen tedere gevoelens te uiten en maakten elkaar op een eendenmanier het hof. Als remmingen verdwijnen, verliest ook een dier alle gevoel voor fatsoen en schaamte.”


Tijdens de Eerste Wereldoorlog in Nederland ging ze op bezoek bij prins Hendrik, de man van koningin Wilhelmina. Hij was voorzitter van het Rode Kruis en zat in zijn maag met de immense hoeveelheid post die binnenkwam en vaak ongeopend bleef liggen. “Breng mevrouw een grote papierbak en een scherp mes”, zei hij tegen een bediende toen ze hem liet zien hoe je efficiënt door een stapel bedelbrieven en andere correspondentie kunt heengaan. Ze schiftte streng en veel verdween in de prullenbak. Intussen verorberde Hendrik aan de lopende band koekjes. Ook ging ze op de thee in Huis Doorn, waar de laatste Duitse keizer, Wilhelm II, onderdak had gevonden nadat hij in 1918 naar Nederland was gevlucht. Daar zag ze de plek waar hij zijn maniakale hobby uitoefende: het hakken van hout.


Vrouwenkiesrecht
Met deze en vergelijkbare luchtige herinneringen staat het boek vol. Ze vormen de overgang tussen taaiere maar niet minder belangrijke stukken over de betekenis die Margarethe in maatschappelijke zin heeft gehad. Zij zette zich in voor de vrouwenbeweging (met Aletta Jacobs) en was medeoprichter van de Bond voor Vrouwenkiesrecht. En in de Eerste Wereldoorlog startte ze een organisatie die ondervoede kinderen uit oorlogvoerende landen naar Nederland haalde.


Margarethe leerde tijdens haar studie in Zwitserland Albert Einstein kennen ‘die slechter kon rekenen dan zijn vrouw’. Ook waren de Nieuwenhuizen bevriend met een andere beroemde natuurkundige, Paul Ehrenfest. Die woonde met zijn vrouw in Leiden tegenover Ons Eiland. Er bestaat een anekdote over Ehrenfests vrouw, de Russin Tatjana Afanasjeva, die overigens niet in dit boek staat, maar die mijn hoogleraar Slavistiek Karel van het Reve graag vertelde. Die gaat zo.


Einstein kwam in Leiden praten over een leerstoel die hem daar was aangeboden nadat hij in Duitsland was ontslagen. Hij sprak met Tatjana op een moment dat zij al weduwe was, dus na 1933. Zij legde hem uit dat Leiden een heel rustige stad was. Nergens, zei ze, heeft de overgang van het leven naar de dood zo ongemerkt plaats als in Leiden. Volgens Van het Reve besloot Einstein toen om zich maar niet in Leiden te vestigen…


Tijdsdocument
Voor wat het waard is. Rust en saaiheid waren in ieder geval vreemd aan het leven van Dr. Margarethe von Uexküll Güldenband, zoals dat naar voren komt uit deze smaakvol uitgegeven autobiografie. Het is een prachtig, goed geschreven en rijk gevuld tijdsdocument dat vele decennia overspant, met een logische indeling en een keur aan foto’s en andere illustraties. Dat is in hoge mate de verdienste van de uitgever en vooral ook van Margarethe’s kleindochter, Dr. Marja Herfst, die het boek heeft  bezorgd. Zij woont nog steeds in het Kasteeltje.


Een avontuurlijk leven rond 1900 – Een autobiografisch verslag

Dr. Margarethe von Uexküll Güldenband

Onder redactie van Dr. Marja Herfst

Uitgever: Ginkgo, Leiden

Prijs: 28 euro.

Kasteeltje Meer lezen »

Bokkingen

Een bokking geven of een bokking krijgen. Ik had er gek genoeg nooit van gehoord, totdat ik op de grote Frans Hals-tentoonstelling in het Rijksmuseum een portret zag van de Leidse komiek Pieter Cornelisz van der Mersch uit 1616.


Dat was een van de bekendste narren van Holland in die tijd. Als nar van de Leidse rederijkerskamer ‘De Witte Acoleyen’ was hij beroemd om de manier waarop hij mensen op hun plek zette.


Narren werden gezien als opperzotten, zo staat in de catalogus bij de expositie. Hun handelsmerk was de lach en het belachelijk maken van mensen. Ze werden ingehuurd door stadsbesturen, gilden, schutters en stadswijken om hun feesten op te vrolijken.


Op het schilderij biedt Van der Mersch de toeschouwer een bokking uit zijn mand aan. Het tekstje ‘Wie begeert’ zou de vraag inhouden wie er op de hak genomen wil worden. Dát was de betekenis van een bokking uitdelen. Het moderne Nederlandse woordenboek spreekt van ‘een standje geven’.


Grafdicht
Van der Mersch (1543-1628) had er zozeer zijn specialisme van gemaakt dat hij voor zichzelf een grafdicht schreef dat begint met: ‘Hier leyt Piero/Die deelde Bucken (bokkingen)’.


Een bokking is een gerookte haring. Volgens schrijver Gerard Reve een ‘nederig godsgeschenk’ dat hij nuttigde van een krant of een stuk pakpapier.


Het schilderij van de Leidse nar is in het bezit van het Carnegie Museum of Art in Pittsburgh. De expositie in het Rijksmuseum loopt tot 9 juni 2024. Ze toont ongeveer vijftig schilderijen van Frans Hals.

Bokkingen Meer lezen »

Gemeentelijke service in Tsjechië

De ambachtslieden lopen nog steeds door Neveklov op weg naar hun lunch van ‘veproknedlozelo’, een bord met varkensvlees, plakken deeg met het volume van zes witte boterhammen en doorgekookte kool. Aan de ballonnen onder hun overall is te zien dat ze er ook nog steeds een paar pullen bier bij drinken.


Neveklov ligt in het ‘voormalig arbeidersparadijs’ Tsjechië. De dictatuur van het proletariaat is er na de fluwelen revolutie in 1989 vervangen door de dictatuur van de ambachtslieden. Dakdekkers, loodgieters, schoorsteenvegers, boomomhakkers, elektriciens zijn moeilijk te pakken te krijgen. Ze laten zich bidden en smeken om langs te komen en als de opdracht niet vet genoeg is reageren ze met arrogantie of extra hoge prijzen.


Net als vroeger schelden de burgers op de nitwits die volgens hen de overheidskantoren bevolken. Een mening die even hardnekkig is als de mening dat je bij verkiezingen het beste kunt stemmen op politici die zelf vermogend zijn (Vaclav Havel, prins Karel Schwarzenberg) omdat de kans net iets kleiner is dat zij het land bestelen.


Pittoresk
Wat er ook van waar is, in de jaren dat ik in Neveklov af en toe boodschappen doe is het een pittoreske plaats geworden, die ook nog eens de status van stad heeft gekregen. Hoewel er maar 2745 mensen wonen. Het stadje lééft.


Er worden nieuwe woningen gebouwd. Er zijn restaurants. Er zitten mensen op terrassen. Er zijn nieuwe winkels gekomen, zoals de nette zaak van de Vietnamees die groente en fruit verkoopt. Het plein met park en monument voor oorlogsslachtoffers is opgeknapt. De gebouwen eromheen zijn gerestaureerd, schoongemaakt en geverfd, zo ook het gebouw dat behalve een bioscoopje, een restaurant en de Tsjechische spaarbank ook het stadhuisje huisvest.


Propaganda
Overheidscommunicatie was op nationaal niveau tijdens het socialisme vrijwel hetzelfde als propaganda. Voorlichting als service voor de burger was op lokaal niveau vrijwel non-existent. Dat is nu veranderd. Terwijl elke wijk in de hoofdstad Praag inmiddels een professionele wijkkrant heeft en een balie waar je echt iets te weten komt, heeft Neveklov nu ook een gemeentelijk informatiecentrum. Er is een informatieve website, er zijn folders en ander voorlichtingsmateriaal en de publieksvoorlichter geeft je antwoord op al je vragen over de gemeente Neveklov en haar omgeving. Ze weet ook nog wel een goede loodgieter.

Gemeentelijke service in Tsjechië Meer lezen »