Bij mooi zomerweer blijkt de helft van Nederland een boot te bezitten. Afgezien van wat cabriolet-eigenaren bestaat de rest van de bevolking uit losers. Dat zijn voetgangers, fietsers en gewone automobilisten die naar hun werk of naar een afspraak moeten. Zij staan te balen voor bruggen die voor plezierboten worden opgehaald. Overdrijf je niet een beetje, zegt een stemmetje, maak je toch niet zo druk!
Om de haverklap staat er een brug omhoog. “Tussen negen uur en half twaalf vanochtend hebben we de brug al 22 keer opengezet zodat het scheepsverkeer erdoorheen kan”, vertelt de brugwachter bij wie ik verhaal ga halen. Hij zit in een kantoor vanwaar hij, met zicht op grote schermen, vijf bruggen op afstand kan bedienen. Wie uit leedvermaak hoopt dat een jacht in botsing komt met een brug, komt bedrogen uit. “Wij doen de brug altijd op tijd omhoog. Dat is een kwestie van ervaring”, zegt hij.
Relativeren
“Het komt voor dat ik op een dag een paar keer voor een brug sta te koekeloeren, heel irritant”, zegt een wachtende mede-fietser. Een ander relativeert het ongemak. “Kom op”, zegt hij. “Er is veel verkeer en we wonen in Nederland. Hier kruisen straten en water elkaar nu eenmaal op veel plaatsen, dus vooral als het mooi weer is, dan heb je dit.”
Inbinden
Wie zich staat op te winden voor een slagboom bij een brug, moet volgens de laatste dus maar inbinden. Het gebruikelijke advies dat wijze mensen daarbij geven is: maak je niet druk om dingen waar je toch geen invloed op hebt. Of dat nou het betrekkelijke kleine leed van een open brug is of het toenemend aantal buitenlanders in Nederland dat niet de moeite neemt om Nederlands te leren of de structurele verrommeling van de natuur door steeds meer bebouwing en steeds meer wegen voor steeds meer auto’s of zoiets verschrikkelijks als een oorlog in Oekraïne of het Midden-Oosten.
Grote en kleine dingen
George Groot (1942-2024) van cabaretgroep Don Quishocking vertelde over de ideale taakverdeling tussen hem en zijn vrouw. “Mijn vrouw houdt zich bezig met de kleine dingen en ik met de grote”, zo zei hij. “Mijn vrouw zegt hoe het moet met het huishouden en met de opvoeding van de kinderen, en ik zeg hoe het moet in Vietnam en in het Midden-Oosten.”
Treuzelen en niksen
Je niet opwinden over dingen waar je toch geen invloed op hebt is makkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn wel hulpboeken voor. Zo leert het Stoïcisme een mens wel om een beetje stoïcijns te worden: feit is dat ik rustig word van het lezen van de geschriften van de Romeinse keizer-filosoof Marcus Aurelius. Verder bieden soms alleen al relativerende titels van boeken soelaas, zoals ‘Pleidooi voor treuzelen’ van Peter Delpeut en ‘Niksen’ van Olga Mecking, over de kunst van het nietsdoen. “Niksen is geen luxe maar een noodzaak. Het geeft je namelijk tools om beter met je dagelijkse uitdagingen om te gaan”, aldus de aanbeveling.
Moeder
Zelf word ik, even terug bij die omhoog gehesen brug, vooral kalm als ik denk aan het beroemde sonnet van Martinus Nijhoff. De dichter staat bij Zaltbommel naar de brug over de Waal te kijken en hoort een stem: “Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer / kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. / Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer, / en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. / O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. / Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.”
