Fanfare

In de Britse film ‘Brassed Off’ uit 1996 speelt de brassband van een Britse kolenmijn Rodrigo’s Concierto de Aranjuez met een adembenemende inbreng van een flugelhorn. Een van de blazers verstaat dat ‘Aranjuez’ niet goed. “Orange juice voor jou”, zegt dirigent Danny, gespeeld door Pete Postlethwaite. “We spelen nu Rodrigo’s Concierto de … Orange juice”. 


Het is onder de dreiging van de sluiting van de mijn dat de brassband repeteert. De beelden van die repetitie en beelden van in nette pakken vergaderende bazen wisselen elkaar af. Dat doet denken aan ‘The godfather’, waarin beurtelings serene scenes van een doopplechtigheid en bloedige moordpartijen te zien zijn.


Klassiek

De dreiging van een bedrijfssluiting is er ook in de Franse film ‘En fanfare’ uit 2024, waarin een klassiek dirigent een fabrieksfanfare naar een hoger muzikaal niveau tilt. In de film ‘Fanfare’ van Bert Haanstra uit 1958 is er een andere dreiging, namelijk de ruzie tussen twee rivaliserende groepen muzikanten. 


Lieder

Natuurlijk vallen er soms slagschaduwen over het plezier van musicerenden bij harmonieën, fanfares, brassbands en dweilorkesten. Bijvoorbeeld ook door actiegroepen en gemeentelijke politici met te veel tijd die vinden dat een blaaskapel die louter uit mannen bestaat nodig ook vrouwen moet toelaten. Subsidie is daarbij het chantagemiddel om deze keuzevrijheid te beknotten. Overigens zijn de meeste blaaskapellen al divers en inclusief, zoals dat heet.


Samenwerking
Ook is er wel intern gedoe zoals binnen elke willekeurige verzameling mensen. Maar wie zich met muziek bezighoudt is vaak gericht op bij elkaar passende klanken en dus op samenwerking. Wie met muziek bezig is, kan niet echt slecht zijn. “Wo man singet, laß dich ruhig nieder, / Ohne Furcht, was man im Lande glaubt; / Wo man singet wird kein Mensch beraubt: / Bösewichter haben keine Lieder”, aldus de dichter Johann Gottfried Seume (1763–1810).


Tambour

Het meest opwekkend van alle bands zijn wel de marchingbands, bands dus die, onder leiding van een tambour-maître, met blazers en een grote trom en andere trommels lopend deelnemen aan taptoes en dorpsfeesten. Er hangt blijdschap in de straat als zo’n band voorbij komt en je gaat vanzelf meemarcheren. Het is niet voor niets dat legers muziekkorpsen hadden en hebben. 

In de verte is de band al te horen, de muziek zwelt aan en later sterft die weer weg. En is het tussen twee stilten even luid geweest.